De zorg voor onze leerlingen

Passend onderwijs
Scholen hebben de wettelijke taak om aan leerlingen passend onderwijs te geven of voor leerlingen een passende onderwijsplek te vinden. Om deze taak te kunnen uitvoeren is het noodzakelijk, dat scholen samenwerken in een samenwerkingsverband. Onze school is aangesloten bij het samenwerkingsverband Berséba. Hierbij zijn alle reformatorische basisscholen en speciale (basis)scholen aangesloten. Het samenwerkingsverband is opgesplitst in vier regio’s. Onze school ligt in de regio Randstad.
 
Zorgplicht
Een kernbegrip bij passend onderwijs is ‘zorgplicht’. Zorgplicht betekent dat de school verplicht is om te zorgen voor een passende onderwijsplek voor iedere aangemelde of ingeschreven leerling. De school onderzoekt samen met de ouders welke ondersteuningsbehoeften een leerling heeft en hoe de school hieraan tegemoet kan komen. Als op grond van objectieve argumenten blijkt dat dit niet mogelijk is, dan heeft de school de opdracht om samen met de ouders een passende plaats op een andere school te zoeken.
 
Schoolondersteuningsprofiel
Onze school heeft dus een centrale rol in het tegemoetkomen aan de ondersteuningsbehoeften van kinderen. De school heeft een schoolondersteuningsprofiel geschreven. U kunt dit profiel op de website van de school vinden of op school inzien. In dit profiel is te lezen op welke wijze we de begeleiding aan leerlingen vormgeven en welke mogelijkheden voor extra ondersteuning onze school heeft. Bij het realiseren van de gewenste ondersteuning werkt de school vanuit de uitgangspunten van handelingsgericht werken (HGW). Dit betekent kort gezegd: Als een kind extra ondersteuning nodig heeft, wordt niet in de eerste plaats gekeken naar wat het kind heeft, maar naar wat het kind nodig heeft. Bij HGW is de samenwerking en afstemming met ouders en andere deskundigen een belangrijk aandachtspunt.

Ondersteuningsteam

Heel vaak kan de ondersteuning door onze school zelf georganiseerd en gegeven worden. Op onze school is de leerkracht als eerste verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van de leerlingen. Als hij/zij er zelf niet uitkomt, zal advies gevraagd worden aan collega’s of de intern begeleider. Zo nodig voert de leerkracht een uitgebreider gesprek over de leerling met de intern begeleider.

Onze school heeft een ondersteuningsteam. Als de situatie rondom een leerling daar aanleiding toegeeft, zal de leerling in het ondersteuningsteam besproken worden. In dit ondersteuningsteam zitten de intern begeleider, een externe orthopedagoog (van Driestar Educatief, onze schoolbegeleidingsdienst) en onze contactpersoon van Go! (Jeugdhulp, via de gemeente). In het ondersteuningsteam wordt in samenspraak met de ouders bepaald welke ondersteuning een leerling nodig heeft. Hierbij wil de school intensief samenwerken met Jeugdhulp. De school geeft aan op welke manier ze dit gaat doen. Als het voor de school niet (meer) mogelijk is om de juiste ondersteuning te geven, wordt met de ouders besproken welke school dan een passende plek kan bieden.  

Het loket van Berséba regio Randstad

Het loket staat open voor vragen rond de ondersteuning aan leerlingen. De school kan advies vragen in allerlei situaties die met de ondersteuning voor leerlingen te maken hebben. Ouders mogen ook zelf contact opnemen met het loket, als zij advies of informatie willen.

School en ouders kunnen samen een aanvraag doen voor een extra ondersteuningsarrangement om kinderen met specifieke ondersteuningsvragen (bijv. rondom zeer moeilijk leren, een lichamelijk handicap of langdurig ziekte, gedragsproblemen, hoogbegaafdheid) op de basisschool extra begeleiding te geven.

Soms komt het ondersteuningsteam tot de conclusie, dat het voor de ontwikkeling van een leerling beter is om naar een speciale (basis)school te gaan. In dat geval vraagt de school samen met de ouders bij het loket van Berséba regio Randstad een toelaatbaarheidsverklaring voor zo’n school aan. Als dit loket besluit om de toelaatbaarheidsverklaring toe te kennen, dan kan de leerling aangemeld worden bij een speciale (basis)school.

Ouderbetrokkenheid

Onze school hecht eraan bij de ondersteuning aan leerlingen goed samen te werken met de ouders. Daarom vinden we het van belang dat ouders direct betrokken worden bij gesprekken als hun kind individueel besproken wordt. In sommige situaties zijn er niet alleen zorgen op school, maar ook thuis. Om tot een goede ondersteuning te komen vinden we het belangrijk om met de ouders daarover in alle openheid en vertrouwelijkheid te spreken. We beseffen hoe moeilijk dit soms kan zijn, maar in het belang uw kind is dit wel nodig.

Wanneer u als ouders vindt dat er voor uw kind meer hulp nodig is, of dat uw kind beter op zijn plaats is in een school voor speciaal (basis)onderwijs, dient u zich uiteraard eerst tot ons als school te wenden. School en ouders hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om eensgezind het beste voor uw kind, onze leerling te zoeken. Bent u van mening u dat u bij ons als school onvoldoende gehoor vindt, dan kunt u zich ook zelf tot het loket wenden. Graag wordt de school hiervan door u op de hoogte gesteld.

Contactgegevens loket Randstad

De zorgmakelaar van het loket Randstad is dhr. C.J. v.d. Beek. Hij is bereik­baar via telefoonnummer 0180-442617 of per e-mail via loket-randstad@berseba.nl.

 

Op de website www.berseba.nl kunt u meer informatie vinden over het samenwerkingsverband Berséba en de regio Randstad.

Onderzoeken

Zoals al gezegd is, is het uitgangspunt bij passend onderwijs niet wat het kind heeft, maar wat het kind nodig heeft. Dit betekent dat onderzoek naar ‘wat een kind heeft’ niet altijd noodzakelijk is om tot een goed aanbod voor een leerling te komen.

Toch kan er altijd een moment aanbreken, dat een onderzoek wel nodig is. Ons uitgangspunt is dat we hierin graag samen met de ouders optrekken. Het formuleren van een gezamenlijke onderzoeksvraag is belangrijk om ook samen het gesprek over de leerling verder te voeren. We hechten er waarde aan, dat in een verslag van een onderzoek niet wordt geconcludeerd welke vorm van onderwijs de leerling nodig heeft, maar vooral welke begeleiding hij/zij nodig heeft. Dat is de kern van passend onderwijs. Als school zullen we dan in alle openheid met u bespreken, wat de mogelijkheden voor ondersteuning bij ons op school zijn.

Hoewel we ouders niet het recht willen en mogen ontzeggen om zelf stappen te nemen voor een onderzoek, heeft dit niet onze voorkeur. U kunt uw redenen hebben om dit wel te doen. We stellen het op prijs dat u dit dan aan ons doorgeeft met de redenen waarom u deze stap neemt.

Blind of slechtziend/doof of slechthorend/taal-spraakproblemen

Onze school wil zich ook inspannen om slechtziende en blinde kinderen, slechthorende en dove kinderen en kinderen met taal-spraakproblemen op onze school een plaats te geven. Voor hen is ook extra ondersteuning beschikbaar. Deze ondersteuning valt echter niet onder de bevoegdheid van het samenwerkingsverband. De intern begeleider weet op welke manier die extra ondersteuning wèl beschikbaar kan komen.

GO! Voor Jeugd, Alphen West

Voor alle vragen rondom opvoeding, gedrag van uw zoon/dochter en psychosociale hulpvragen kunt u contact opnemen met GO! Voor jeugd, voorheen JGT. Aan de school is, vanuit Go! Voor Jeugd, een ambassadeur verbonden. Onze ambassadeur is Gerlise Boeser, van het team Alphen West. Voor advies/consultatie rondom al deze vragen kunt u altijd bij de ambassadeur terecht.

De ambassadeur kijkt samen met u en/of uw kind, welke helpende hand zij kan bieden. Dit kan d.m.v. korte trajecten (ong. 5 gesprekken). Wanneer er meer nodig is, kan zij collega's van GO! Voor Jeugd inschakelen voor verdere coaching, ondersteuning of indien wenselijk onderzoek.

De IB-er weet wanneer de ambassadeur op school aanwezig is, zodat u bij haar langs kan binnenlopen. U kunt ook rechtstreeks contact met haar opnemen via de mail; Gerlise.Boeser@govoorjeugd.nl of telefonisch; 06-11 85 49 92 (werkdagen ma, di, do en vrij).

Voor meer informatie kunt u terecht op www.govoorjeugd.nl

 
Jeugdgezondheidszorg
Om kinderen op te merken die extra zorg nodig hebben of die meer risico’s lopen op gezondheidsproblemen, zowel lichamelijk als psychosociaal, is een goede samenwerking tussen de jeugdgezondheidszorg en de leerkrachten noodzakelijk. De volgende onderzoeken vinden door de jeugdarts jaarlijks plaats: groep 2 periodiek gezondheidsonderzoek en groep 7 periodiek gezondheidsonderzoek. De gegevens uit deze onderzoeken die van belang zijn, worden met de ouders doorgesproken en worden summier met de school nabesproken, tenzij de ouders daar bezwaar tegen maken. U kunt ook zelf een afspraak maken voor uw kind met de jeugdarts als u vragen heeft over de lichamelijke en/of psychosociale ontwikkeling van uw kind. Andere taken van de jeugdgezondheidszorg:

·         informatie verstrekken over infectieziekten;

·         voorlichting geven over mondverzorging en over gezondheid in het algemeen;

·         mogelijke ondersteuning bij het maken van ‘schoolgezondheidsbeleid’;

·         adviseren over veiligheid en hygiëne in en rond de school.

 
   

De opvang van nieuwe leerlingen in de school
Als een kind is toegelaten door het bestuur, krijgen de ouders vanuit de school bericht wanneer het kind mag komen. De kinderen mogen in de regel komen direct na hun vierde verjaardag. Daarvoor is er meestal een aantal kennismakingsmorgens. Als een kind 4 jaar wordt binnen 4 weken na de zomervakantie, dan mag hij/zij vanaf de eerste schoolweek al komen. Dit in overleg met de ouders. Er is dan één kijkmoment voor de vakantie. Wanneer kinderen van een andere basisschool komen, dan krijgen ze ruim de tijd om aan de nieuwe situatie te wennen. Na bestudering van het onderwijskundig rapport van de vorige school, aangevuld met eigen toetsen en observaties, bepalen we het niveau van het kind en zetten we indien nodig gerichte hulp in. Een kind moet de leeftijd van vier jaar hebben om op school te worden toegelaten. Vanaf vijf jaar is een kind leerplichtig.


Ontwikkeling en resultaten
De ontwikkeling van de kinderen wordt nauwlettend gevolgd. Door de dagelijkse omgang en de observaties weten we veel van de leerlingen. Door te werken met onafhankelijke en objectieve toetsen proberen we de kwaliteit van ons onderwijs te verhogen. Dit zijn de toetsen die bij de methode horen én de Citotoetsen. Zo krijgt de leerkracht zicht op de mogelijkheden van een kind. Elk kind heeft zijn eigen gaven en beperkingen. Alle kinderen binnen de school zijn onze specifieke zorg waard. Elk kind telt. Er is een intern zorgplan opgesteld waarin alle procedures, die betrekking hebben op de zorg binnen onze school, zijn vastgelegd. Via de Nieuwsbrief worden ouders op de hoogte gehouden van de afnamemomenten van de Cito-toetsen. Er is van elke leerling een digitaal dossier (Parnassys) waarin alle relevante gegevens worden bewaard zoals bijv. cijfers, toetsuitslagen, gedragsobservaties, onderzoeken enz. Richting ouders communiceren we deze gegevens via het Ouderportal en het rapport. Hieronder wordt aangegeven hoe de ontwikkeling wordt bijgehouden:


Groep 1 en 2
In deze groepen wordt door middel van dagelijkse observaties de totale ontwikkeling (dus zowel kennis en vaardigheden als de sociaal-emotionele ontwikkeling) van de kinderen gevolgd. We gebruiken hiervoor KIJK. Dit is een model dat aansluit bij het ontwikkelingsgericht werken in de onderbouw. Het wordt tenminste twee keer per jaar voor alle kinderen ingevuld. Daarnaast wordt elk jaar de reken- en taalontwikkeling van de kinderen getoetst met behulp van Cito-toetsen.


Groep 3-8
In deze groepen vindt er een dagelijkse controle plaats door middel van corrigeren van het gemaakte werk. Toetsen bij de methoden worden door de leerkracht nagekeken, waarbij deze dan gelijk een analyse van de fouten maakt. Ten aanzien van de kernvakken (rekenen, (begrijpend) lezen en spelling) vinden in januari en juni ook onafhankelijke toetsen plaats, de Citotoetsen. Naast de cognitieve ontwikkeling wordt in de groepen 3-8 ook de sociaal-emotionele ontwikkeling in kaart gebracht. We gebruiken hiervoor het systeem ZIEN!


Groepsplannen en hulpplannen
Heel vaak kan de ondersteuning door onze school zelf georganiseerd en gegeven worden. Op onze school is de leerkracht als eerste verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van de leerlingen. Als hij/zij er zelf niet uitkomt, zal advies gevraagd worden aan collega’s of de intern begeleider. Regelmatig zijn er gesprekken met de IB-er, de ouders en de juf van een kind om met elkaar te overleggen wat een kind voor onderwijsbehoeften heeft en hoe we daaraan tegemoet kunnen komen.

De intern begeleiders, die de zorg en eventuele extra hulp voor onze leerlingen coördineren, zijn op onze school juf Leune (groep 1 t/m 5) en juf Van den Berg (groep 6/7 en 7/8). Ze zijn voor deze taken vrijgeroosterd. Drie keer per jaar vinden er groepsbesprekingen plaats met deze intern begeleiders. Tijdens de groepsbesprekingen is er aandacht voor welbevinden, gedrag, ontwikkeling en resultaten. Er wordt gekeken naar de gegevens van de observaties en toetsen. Vastgesteld wordt op welk niveau een kind rekenen, spellen en/of taal aangeboden krijgt. Dit worden de Aangepaste leerroutes (ALR) genoemd. De doelen en de werkwijzen van de verschillende niveaugroepen bij de andere hoofdvakken worden in elke klas vastgelegd in groepsplannen. Indien nodig komt er extra begeleiding voor een kind. Soms is dit in de klas, soms buiten de klas door een onderwijsassistent. Als er intensieve hulp nodig is wordt er een hulpplan opgesteld. Deze wordt ook naar de ouders gemaild.

Overgang naar andere leerjaren
De instroomkinderen die jarig zijn in september t/m december
Elk jaar stellen we ons de vraag welke kinderen na het instroomjaar in groep1 en  welke kinderen in groep 2 komen. Richtlijn is dat een kind 8 jaar basisonderwijs krijgt; dat is voor deze kinderen óf iets langer, óf iets korter. Dit betekent dat kinderen die gedurende het schooljaar in groep 1 instromen over het algemeen het daaropvolgende schooljaar in groep 1 blijven.  De juf zorgt ervoor dat er een gevarieerd aanbod is zodat deze kinderen zich evenals de nieuwkomers verder kunnen ontwikkelen.
Onze werkwijze is als volgt:

1.     Januari: We observeren d.m.v. KIJK Ontwikkelingsvoorsprong welke instroomkinderen al ver zijn in hun ontwikkeling. Dit leggen we vast in het groepsbesprekingsformulier.

2.     Juni: We signaleren vanuit de reguliere KIJK-observatie welke instroomkinderen een voorsprong tov hun kalenderleeftijd en hoge Cito-scores hebben.

3.     Juni: Deze kinderen bespreken we met de ouders. Als we denken dat groep 2 mogelijk de beste keuze is, toetsen we het kind door. Als het kind ook daarbij hoog scoort, vullen leerkracht en IB-er het overgangsbeslissingsformulier in en bespreken we dit kind tijdens de overgangsvergadering aan het eind van het schooljaar.

4.     Ook instroomkinderen die in groep 1 terecht komen,  blijven we volgen; als er aanleiding toe is, volgen we dezelfde procedure (overleg, doortoetsen).


Overgang en aangepaste programma’s
Een enkele keer beslist de school om een groep een jaar over te doen. Vooraf wordt er dan overlegd met ouders. Om een goede beoordeling te kunnen maken worden er eerst allerlei beslispunten en motieven verzameld, die zowel voor als tegen zittenblijven pleiten bij dat kind. Dit gebeurt vooral als een kind op alle punten – ook sociaal-emotioneel– achterblijft bij de meeste klasgenoten. Soms komt voor dat het kind met een aangepast programma gaat werken. Zo’n leerling haalt niet het eindniveau van de basisschool, maar we stellen het aangepast programma zo op dat er aansluiting is bij het vervolgonderwijs.


Meerbegaafden
Elk jaar wordt door de leerkrachten gekeken of er kinderen in de groep zitten die meer uitdaging nodig hebben. We kijken hiervoor naar de Cito-toetsen, de observatielijsten Zien! en ook een signaleringslijst gericht op meerbegaafdhied. Als kinderen hierbij opvallen wordt samen met de IB’er en de leerkracht van de plusgroep gekeken of er mogelijk sprake is van (meer)begaafdheid. Hierbij hoort ook een oudergesprek. Er wordt dan gekeken hoe het kind het best begeleid kan worden. Dat gebeurt zoveel mogelijk in de groep. Deze kinderen zitten vaak in de rode groepen en hoeven dam minder van de gewone leerstof te doen en kunnen daarnaast extra werk doen (compacten en verrijken).  Ook is er de mogelijkheid dat leerlingen aangemeld worden voor de plusgroep. Deze groep wordt verzorgd door juf Van den Berg in samenwerking met de Gomarusschool. In uitzonderlijke gevallen stromen leerlingen versneld door.


De overgang naar het voortgezet onderwijs
Alle ouders van leerlingen van groep 8 krijgen informatie via de informatieboekjes van de verschillende scholen voor voortgezet onderwijs in de regio. Daar veel kinderen naar het Driestarcollege in Leiden of Gouda gaan, krijgen ze m.n. die informatie. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om informatieavonden of dagen bij te wonen. Ook de ‘Open dagen’ maken we bekend.
Op 1 april moeten groep-8-leerlingen ingeschreven staan bij het voortgezet onderwijs. Als school willen we u als ouders daarbij goed adviseren. Op grond van dagelijkse observaties, ons pedagogisch leerlingvolgsysteem (zowel leerkracht- als leerlingvragenlijsten) en de Citoleerlingvolgsysteemtoetsen van groep 3 tot en met 8 geeft de groep-8-leerkracht u tijdens een schoolkeuzegespek in februari een advies, waarna u uw kind inschrijft bij een school voor voortgezet onderwijs. Tijdens een overdrachtsgesprek aan bijv. de Driestar licht de leerkracht zijn advies ook toe. In de maand april wordt ook de Eindtoets afgenomen. De uitslag van deze toets laat zien op welk niveau uw kind de basisschool uitstroomt. Deze uitslag bevestigt als het goed is het gegeven advies.